Hoe serieuzer je bent, hoe serieuzer het leven wordt. Soms is dat handig en praktisch. Bijvoorbeeld als je doelen wilt bereiken. Ben je echter elke minuut van de dag bloedserieus over alles en iedereen, dan kan het leven een last op je schouders worden.
Serieus kind
En ik kan het weten. Bloedserieus is namelijk een term die tot voor kort volledig in mijn systeem zat. Als kind was ik al serieus. School ging voor spelen en ik zat gerust op zaterdagavond aan mijn huiswerk. Dat werd vanuit huis uit ook gestimuleerd. Ik moest vooral serieus omgaan met school, goede cijfers halen en een goedbetaalde baan vinden. Om geluk te vinden moest je namelijk hard werken en van niemand afhankelijk zijn.
Doelgericht en nuttig
Het serieuze nam ik als vanzelfsprekend mee in mijn verdere leven. Vriendschappen en relaties moesten niet oppervlakkig zijn, maar vooral diepgang hebben. Alles wat ik deed moest een doel hebben en nuttig zijn. Werk ging voor relaties en vriendschappen, want werk was nuttig. En dan ging ik natuurlijk niet voor een middelmatig resultaat, maar voor het allerbeste. Fouten? Die waren funest. Fouten maken betekent falen. En falen, dat mag zeker niet!
Iets leuk doen? Wat is dat?
Mijn nuttigheidsprincipe voerde zo ver door dat ik 'iets leuks doen' onderaan mijn to-do-lijst plaatste. Probleem was alleen dat ik nooit aan die leuke dingen toekwam. Sterker nog, op een gegeven moment was ik zo serieus en streng voor mezelf dat ik niet eens meer wist wat ik leuk vond. Had ik eindelijk tijd voor iets leuks, kon ik niet bedenken wat! Dus greep ik terug naar mijn nuttigheidsprincipe. En zo was de vicieuze cirkel rond.
Ik MOET
Als ik terugkijk denk ik: wat een last. Altijd maar nuttig zijn. Altijd maar serieus. Nauwelijks leuke dingen doen, ontspannen en genieten. Nooit een terras pakken of zinloos voor je uit staren. Rustig en relaxt, zonder iets te moeten, zonder een doel voor ogen te hebben. MOETEN MOETEN MOETEN. Dat is prioriteit nummer 1!
Druk druk druk
Dus heb je het de godganse dag druk. Druk met dingen die gedaan moeten worden. Is het niet je werk, dan is het wel je huishouden, je gezin of je sociale leven. Anderen worden bijna een last. Want die vragen tijd en aandacht. Tijd en aandacht die je eigenlijk niet kunt missen. Want jij hebt het veel te druk met moeten, presteren en doelen bereiken. Rennen, vliegen en hollen is voor jou normaal. Als een stresskip loop je rond, voel je veel onrust, krijg je allerlei lichamelijke kwalen of word je ziek.
Arme jij en de ander
Voor jezelf is zo'n leven geen pretje, voor je omgeving is het helemaal zwaar. Anderen worden namelijk vooral gewezen op fouten en kritisch toegesproken. Juist omdat je weinig oog hebt voor het positieve van anderen (want die neem je als vanzelfsprekend aan). Eén geruststelling: krijg je veel kritiek te verduren van je partner, vriend(in), collega of familielid, dan weet je bijna zeker dat diegene ook zo streng is voor zichzelf...
DUS….
Vraag jezelf eens af: hoe serieus sta jij in het leven? Hoe streng ben jij voor jezelf en voor anderen? Moet alles wat je doet perfect zijn? Moeten anderen jouw waarden en normen aannemen? Ben je alleen maar met werk of andere serieuze dingen bezig? Dingen die je wilt of moet bereiken? Gun jij jezelf een dag volledig nutteloos zijn? Kun jij lachen om je eigen en andermans fouten? Of brand jij liever jezelf en anderen volledig af?