Toen ik tiener was dacht ik dat er een hoger doel moest zijn voor mijn leven. Ik moest iets bereiken. Iets groots. Iets mysterieus wat vanzelf duidelijk zou worden. Hoe langer ik bleef zoeken, hoe gefrustreerder ik raakte. Ik kreeg geen antwoorden, hoe hard ik ook zocht.
Ik zocht het in avontuurlijke ervaringen, in andere landen, in boeken, in mijn psychologiestudie, in partners en in mijn werk. Het mocht niet baten. Ik bleef me onrustig en ongelukkig voelen. Was er dan geen hoger doel in het leven? Een missie die ik moest volbrengen? Iets groots waar de hele mensheid van zou profiteren?
Totdat ik stopte met zoeken en het kwartje viel. Het antwoord lag recht voor mijn neus.
Wat ik verafschuwde in andere mensen, daar moest ik zelf aan geloven. Mensen die gewoon lol hadden en plezier. Zich zichtbaar goed voelden, sterk en (over het algemeen) zorgeloos. Die mensen deden wat ze wilden en genoten van het moment. Om eerlijk te zijn wist ik nauwelijks wat dat was, genieten. Er was altijd wel een plicht die ik moest vervullen. En als ik toch 'wat leuks' deed, dan was ik alweer aan het denken aan de volgende verplichting.
Als je plezier hebt en momenten van geluk ervaart, dan doe je dingen die je energie geven. En als je energie hebt, dan verricht je wonderen. Je doet dingen die bij je passen. Dingen die uniek zijn puur en alleen voor jou. Mensen in jouw omgeving zullen dat voelen en onbewust zul je jouw geluk overbrengen. Misschien inspireer je ze en breng je ze op ideeën. Ideeën die hen helpen om meer geluk te voelen. Geluk zal als een olievlek over de wereld verspreiden. Een mooier doel kan ik me niet bedenken.
Op het moment dat, dat los gelaten wordt voelt het als of je groeit in dat gene waar je last van had ;)