Aan woede hangt een negatief label. Ergens logisch want woedende mensen kunnen zich als orkanen gedragen. Toch kan woede ook heel functioneel zijn. De emotie vertelt je dat er over je grenzen wordt gestapt en dat het tijd wordt voor actie.
Op het moment dat woede je overvalt kun je meestal niet meer zo helder denken. Als ik woedend ben giert de adrenaline door m'n lijf en wil ik het liefste schreeuwen en schelden. Ik wil dingen stukslaan. Mensen pijn doen. Stennis maken en flink stampvoeten.
Ben ik razend op een dierbare, dan wil ik de meest gemene dingen zeggen die in me opkomen. En dat lukt fantastisch. Probleemloos zet ik de aanval in op de zwakke plekken van de ander. Even lekker hun wondjes openkrabben. Heerlijk! Als een wervelstorm ga ik tekeer. Ik pijn, die ander ook pijn!
Stormt er ook nog eens een leger van gedachten binnen, dan ben ik helemaal niet meer te stoppen. 'Hoe durft hij?' 'Wat een belachelijke reactie.' 'Niemand doet mij dat aan.' Mijn woede wordt gevoed en mijn frustratie wordt groter en groter.
Gisterochtend had ik zo'n woede-aanval. Ik las iets waardoor mijn haren overeind gingen staan. Als ik vuur kon spuwen dan had ik nu geen huis meer. Tjezus wat was ik pissig. Tot tien tellen hielp niet. Tot honderd, zover kwam ik niet eens. De woede eiste mijn aandacht en wilde reageren op de desbetreffende persoon. NU meteen. NU, NU NU. Doe wat, zeg wat, reageer!
Gelukkig werd mijn verstand niet helemaal platgewalst. 'Niet op hem reageren!' flitste als een rood stoplicht door m'n hoofd. 'Doe wat anders!' Dus sms'te ik een vriend, belde ik een vriendin, nog een vriendin, nam ik een lange douche en ben ik daarna als een razende door m'n huis gegaan. Problemen waar ik normaal last van hem (dingen weggooien), waren plotseling geen probleem meer. Ik voelde me sterk, strijdvaardig en energiek. Nu is het klaar. Over. Mijn grens is bereikt.
De woede heeft m'n huis verlaten. Ik ben weer rustig maar heb tegelijkertijd mijn kracht hervonden. Dank je wel woede!