'En hoeveel uur per week werk je dan?', vroeg ik nieuwsgierig aan mijn boekhouder. "Gemiddeld 50 uur denk ik', antwoordde hij. 'En vind je dat niet veel?', zei ik voorzichtig. 'Nee hoor. Dat ben ik gewend. Dat doe ik al jaren.'
'Betekent dit dat jij je altijd lekker voelt? En dat jij nergens meer tegenaan loopt?', zo vroeg een dame met wie ik sprak over mijn Mental Fitness 4U training. 'Nee natuurlijk niet', antwoordde ik. 'Dat zou niet realistisch zijn.'
Zakelijk netwerken is een kunst. Gepaste omgang met anderen is een kunst. Een kunst die niet iedereen verstaat. Iets wat ik zaterdag in de praktijk heb ondervonden.
Er zijn mensen die uitstekend voor zichzelf kunnen zorgen. Ze kunnen perfect grenzen aangeven, doen hun mond open als dat nodig is en nemen tijd voor zichzelf als ze moe zijn. Aan de andere kant zijn er mensen die ook perfect kunnen zorgen, maar dan vooral voor anderen. Ik noem ze gevers en in extremere mate helpaholics.
Moeheid, irritatie om kleine dingen, een druk of opgefokt gevoel, lichamelijke kwalen zoals nekpijn of rugpijn… Ze zijn lastig, maar eigenlijk ook heel handig. Want, hoe fijn is het als je lichaam je vertelt dat er iets niet klopt?
Het moet niet gekker worden. Taarten maken? Ik kan echt wel merken dat ze zwanger is. Tjezus, wat ik daar nou mee? Ik ga toch zeker niet tussen allerlei burgertrutjes een taart maken? Wat een uitnodiging voor een workshop taarten maken niet voor gedachtes kan oproepen. Het was overduidelijk dat ik te maken had met pure weerstand. En waar je enorme weerstand tegen hebt, daar moet je wat mee.
Dat gebeurt mij niet. Opdrachtgevers die niet betalen. Mensen die je zoet houden, blijven uitstellen, mooie verhalen vertellen, zelfs tegen je liegen. Ik geloof graag in de goedheid van de mens. Dus geef ik iedereen het voordeel van de twijfel. Maar helaas. De realiteit is anders. Ik heb nu toch echt te maken met een wanbetaler.
Nederlanders zijn koel. Afstandelijk. Koude kikkers. Van kinds af aan wordt het er al in gestampt. Je mag niet huilen ('stil maar, er is helemaal niks aan de hand'). Niet kwaad worden ('nu ophouden jij, anders ga je NU naar bed'). Niet jaloers worden ('samen delen, dat is niet alleen van jou'). Je moet vooral lief en stil zijn. Anders krijg je geen aandacht en liefde.
Rennen, vliegen, hollen en dan stilstaan. Stilstaan om te beseffen dat het hollen niet zo prettig is. Ik word er onrustig van, opgefokt en emotioneel labiel.